Wat houdt je werk in?
Ik ben eindverantwoordelijk voor het onderwijs en
onderzoek van onze nu tien jaar oude
leerstoelgroep. In 2000 was het humane genoom-project net
voltooid en was men zeer geïnteresseerd in de individuele
effecten van voeding. Sindsdien is er heel veel bereikt. We
publiceren nu in vakbladen waar men vroeger bij voeding niet aan
dacht, zoals Cell Metabolism, Cancer Cell en
recent in Nature. We zijn één van de topgroepen op het
gebied van het moleculaire voedingsonderzoek en nutrigenomics,
maar er komt ook steeds meer concurrentie. Dat is goed, want
samen kunnen we meer bereiken.
Wij onderzoeken de complexe
mechanismen achter voeding en gezondheid door gebruik te maken
van moderne genomicstechnieken. In het TI Food and Nutrition
doen wij ook toegepast onderzoek op onderwerpen die belangrijk
zijn voor voedingsbedrijven. We zitten nog ver van een directe
toepassing voor de individuele consument. ‘Geef me je
genenpaspoort, en ik zeg wat je nodig hebt voor een optimale
gezondheid’, is nog toekomstmuziek. Wel meten en weten we steeds
meer over verhoogde gezondheidsrisico’s door een niet-optimaal
voedingspatroon of over nieuwe strategieën voor succesfull
aging, maar gezond blijven is in de eerste plaats je eigen
verantwoordelijkheid.
Gezonde voeding en een gezonde
leefstijl zijn krachtige middelen, maar men wil liever een
pilletje of een medisch advies om gezond te blijven. Wij kunnen
de wetenschap gebruiken om alternatieven te ontwikkelen die
lekker, aantrekkelijk en tóch gezond zijn. Ook kunnen we
consumenten bewust maken van hun keuzes door projecten als
EetMeetWeet. De data uit dit project gebruiken wij weer voor
ons moleculaire voedingsonderzoek.
Wat vind je het leukst aan je
werk?
Mijn vakgebied kent heel veel
ervaringsdeskundigen. Het is belangrijk om hen te bereiken met
de boodschap dat voeding niet alleen dagelijks, maar zelfs
levenslang impact heeft op je gezondheid. Het frustrerende is
dat je vaak de mensen bereikt die al bewust met voeding bezig
zijn. De ‘kiloknallerkopers’ bereik je vaak niet.
Het
onderwerp voeding is zeer boeiend en ik heb in die tien jaar
nooit enig moment van verveling ervaren.
Waar heb je een hekel aan?
Hekel is een beetje sterk, maar ik vind het jammer dat
er steeds minder ruimte is voor fundamenteel ‘high-risk’
onderzoek, de basis voor innovatie. Als onderzoeker ben je
gedreven door nieuwsgierigheid. We moeten niet elk project
afrekenen naar wat het heeft opgeleverd. Door onze
wetenschappelijke bevindingen, blijven wij als partner
attractief voor het bedrijfsleven en voldoen wij uitstekend aan
het motto ‘science for impact’. Wij doen hier in Wageningen
voedingsonderzoek van cel- tot populatieniveau, van moleculair
mechanistisch tot epidemiologisch, met diermodellen en met
vrijwilligers bij humane interventiestudies. Die combinatie
maakt ons uniek en trekt studenten.
Op
welke termijn zijn epigenetica en nutrigenomics lucratief
Nadat we veel bottlenecks en valkuilen op ons vakgebied
hebben geïdentificeerd, weten we veel beter wat robuust is en nu
al toepasbaar. We denken ook na over businessmodellen om
ons nutrigenomicsonderzoek toe te passen. Vanuit de epigenetica
weten we dat ons lichaam flexibel is en zich aanpast aan de
omstandigheden. In onze genen zit de potentie om met elke nieuwe
uitdaging om te gaan. Maar eet je steeds hetzelfde, vooral in
een vroege fase in je leven, dan zet dat patroon zich vast en
word je als het ware op die omstandigheid geprogrammeerd. Dat
blijkt bij onderzoek van kinderen die geboren zijn na de
hongerwinter. Er zijn veel verschillende epigenetische
mechanismen die ons lichaam flexibel houden.
Methyleringsprocessen zijn vaak irreversibel en dragen bij aan
het ‘geheugen’ van het genoom. Alles wat wij doen laat sporen
achter en sommige zijn irreversibel. Wij bestuderen nu hoeveel
van deze epigenetische veranderingen bijdragen aan een
versnelde, niet gezonde veroudering en hoe je door optimale
voeding en leefstijl gezond oud kan worden. Je genen kun je niet
veranderen, maar je kunt rekening houden met je epigenetische
programmering.
Hoe we die kennis te gelde kunnen maken? We
moeten die kennis meenemen in het beleid. Gezond zijn en gezond
ouder worden begint bij kinderen. Tot je 18e jaar wordt het
lichaam gevormd en de rest is onderhoud. Daarom moet je
preventief gezonde voeding aantrekkelijk en lekker maken voor
kinderen. Je zou op basis van je genetische paspoort
voedingsadviezen op maat kunnen geven.
Onze kennis over
genetica en voeding is ook interessant voor voedingsbedrijven.
De gezondheidsclaims die zij aanvragen voor bepaalde producten,
worden vaak verworpen door de EFSA. Wij kunnen mensen in
subgroepen verdelen, bijvoorbeeld op basis van hun microbiota
samenstelling in de darmen of andere biomerkers voor gezondheid.
Als je met deze gestratificeerde groepen interventies uitvoert,
zijn gezondheidseffecten misschien steekhoudend aan te tonen.
Wat hoop je over tien jaar
bereikt te hebben?
Ik hoop dat nutrigenomics dan nóg meer
geïntegreerd is in het voedingsonderzoek en dat we studies
uitvoeren met mensen waarvan we genoominformatie hebben. Dat is
technologisch al mogelijk. Met behulp van nanotechnologie kan je
al heel veel meten in kleine hoeveelheden
(lichaams)vloeistoffen. Je kunt dus snel bepalen of iets werkt.
Voedingsexperts kunnen mensen een range meegeven waarbinnen hun
metingen moeten blijven als ze gezond zijn. De technische
snufjes hiervoor bestaan al. Wij kunnen dan meer evidenced based
onderzoek doen en de mensen kunnen hun gezondheid beter
monitoren. Ik wil mensen beslist niet de hypochondrie induwen,
maar het kan goed zijn als motivatie voor een gezonde leefstijl
om bepaalde parameters te weten door ze regelmatig te meten.
Kijk je door je werk anders naar
de wereld?
De afgelopen tien jaar heb ik geleerd dat
er veel waarheid zit in ‘Je bent wat je eet’. Dat heb ik ook aan
den lijve ondervonden toen ik drie jaar geleden anders ben gaan
eten en meer ben gaan bewegen. Ik voel me daar prettiger bij. We
eten veel uit eigen tuin. Eigenlijk zou je, als de oogst een
keer mislukt, ook een keer minder moeten eten, net als vroeger.
Wat doe je in je vrije tijd?
Mijn werk is mijn hobby, maar ik hou ook van hardlopen
en geniet van voetballen samen met mijn zoon en dochter. Een
andere hobby is
twitteren over ons onderzoek. Dat doe ik al twee jaar, want
ik geloof in het belang van de aanwezigheid van de wetenschap op
de sociale media. Het dwingt ons om up-to-date te blijven en
mijn followers (meer dan 2300, red.) geven mij ook interessante
informatie terug. Ook verzamel ik keramiek, waarbij ik vooral
geïnteresseerd ben in de diversiteit aan glazuren. Een biografie
schrijven over Lea Halpern, de ‘Van Gogh onder de Nederlandse
pottenbakkers’, staat nog op mijn lijstje.